It ain’t easy being famous!

Afgelopen zomer reden we 6 weken door Iran. Zelf keken we er al even naar uit, het thuisfront iets minder merkten we aan de ongeruste berichtjes die we kregen. De politieke spanningen met de VS lopen deze dagen weer hoog op en worden breed uitgesmeerd in de media. Eens voet aan wal merken we hier echter bitter weinig van. Wel wordt het een onvergetelijke ervaring. Ongeëvenaarde gastvrijheid wisselt vlot af met frustrerende administratie, diesel is 3 keer goedkoper dan water, we leren het verschil tussen Soennieten en Sjiieten en we voelen ons wereldberoemd. Welkom in Iran!

Onze eerste dag in een nieuw land begint eigenlijk altijd op dezelfde manier: de grensovergang. En met je eigen auto een grens oversteken, ver weg van je thuisland, is niet altijd een eitje, laat staan in Iran. Weken voorbereiding, zowel in België als onderweg gingen aan deze grensovergang vooraf. Het is spannend want de Iraanse grens is nog niet lang terug open voor buitenlandse auto’s, aka ‘Overlanders’. We horen de nodige horror verhalen en willen niets aan het toeval overlaten, onze inspanningen mogen niet voor niets zijn geweest! Gelukkig hebben we nog een troef achter de hand: Mr. Loghman Boukani, een Iraanse collega van de mama van Tine. We nemen contact met hem op met de vraag of hij, indien er problemen zijn aan de grens, kan vertalen door de telefoon. We zijn met stomheid geslagen door zijn reactie: ‘Ik kom naar de grens, het is maar 5 uur rijden’. En zo geschiedde, Mr. Boukani wachtte ons op aan de grens, liep met papieren van A naar B naar Q zonder dat we er iets van begrepen, discussieerde geanimeerd in het Farsi en 3 uur later waren we officieel Iran binnen. Zonder de hulp van Loghman hadden we waarschijnlijk 3 dagen op het douaneterrein gekampeerd. En al beseffen we het dan nog niet, onze eerste dag in Iran is een schoolvoorbeeld van hoe dit land in elkaar zit: een bevolking die altijd paraat staat om je te helpen, no matter what, en een overheid die chaotischer is dan een afgevuurd confettiepistool.

De volgende 10 dagen ontpopt Loghman zich tot de perfecte gastheer, en dat is nog een understatement. We bezoek samen Tabriz en zijn befaamde bazaar. Hier wordt er goed geshopt en wordt Tine in de gepaste kledij gestopt want je kiest hier niet zelf wat je draagt. De juiste dresscode is vastgelegd door de wet en voor een vrouw betekend dat de Hidjab. Vrouwelijke vormen tonen is uit den boze. Ook al is het +35°C, je draagt hier een lange broek, een tuniek/manteau die de poep bedekt, lange mouwen en een hoofddoek. Als toerist raak je gelukkig nog weg met de ‘lite’ versie: opgerolde mouwen, een dunne hoofddoek en een niet al te lange manteau.

Eens in zijn thuisstad, Boukan, krijgen we ons eigen appartement toegewezen. We moeten nog maar iets vragen of het wordt geregeld. We worden aan heel de familie voorgesteld en de mama wordt aan ons gehecht zoals aan haar eigen kinderen. We gaan van het ene etentje naar het andere, tot het punt dat het zelfs voor ons Bourgondiërs teveel wordt. Loghman drukt in zijn printshop 1000 ‘travelcards’ om onderweg uit te delen. We mogen mee naar een traditioneel huwelijksaanzoek. En zo gaat het voort. Als gast leef je hier als koning en kan je hier gemakkelijk een maand spenderen. Maar het avontuur roept en we kijken uit naar wat de rest van het land te bieden heeft. Het is moeilijk afscheid te nemen van onze Iraanse thuis, we zijn onder de indruk van hoe iedereen hier zo gehecht aan ons is geworden. De auto wordt vakkundig gezegend door de mama van Loghman en dan zijn we klaar om op onze eigen benen Iran te ontdekken.

We ontdekken al snel dat we, ondanks onze ‘inloopperiode’ van 10 dagen, nog niet veel weten over het reilen en zeilen in Iran. Het is zoeken naar waar we wat kunnen kopen en wat de prijs is. De Iraanse munt is sterk in waarde gedaald, voor 1€ heb je 150 000 rial of 15 000 touman. Als je 10€ op zak hebt ben je hier al miljonair. Er wordt met nullen gegoocheld tussen rial en touman tot je ze voor je ogen ziet dansen. Meermaals vragen we ons na een aankoop peinzend af of we nu in het zak zijn gezet? En na een tijdje beseffen we dat ons altijd de correcte prijs wordt aangerekend.

We ontdekken dat je tussen 13u en 17u beter niets plant. En dat je beter ook niets doet. Je loopt namelijk het risico ter plaatsen weg te smelten met temperaturen die vlot boven de 40°C gaan. We nemen het ritme van de locals aan en zoeken tussen deze uren een koel plekje in de schaduw of ergens binnen in de airco. We rijden alleen nog s’ochtends of s’avonds want, ohja, we hebben geen airco in de 4×4. Onze thermometer in de auto geeft nu dagelijks ‘Off limit’ aan, >38°C. Hitte-management is hier hoogst noodzakelijk en voltijds van kracht.

Ook ontdekken we dat de Iraniërs blij zijn om ‘ons’, westerse toeristen, te zien. Héél blij. Want Iran kent wel ‘lokaal’ toerisme, in zoverre je het woord ‘lokaal’ kan gebruiken in een land dat 55 keer zo groot is als België, maar westerse toeristen zijn, buiten de grote trekpleisters, dun bezaaid. Mobiel als we zijn en met een honger voor bergen komen we regelmatig op plekken die het eerder van dit lokaal toerisme hebben. Eens daar aangekomen worden we al snel zelf de bezienswaardigheid, de reden voor het bezoek verdwijnt bij de locals als sneeuw voor de zon en veranderd in waterval van selfie-verzoeken. In het begin vinden we dit grappig en sympathiek, het gaat ook dikwijls gepaard met een uitnodiging voor een picknick of er wordt ons wat eten toegestopt. Al snel merken we dat wereldberoemd zijn echter ook zijn nadelen heeft. Je bent nooit meer alleen, je kan niet even rustig ergens uitblazen en je doet dezelfde uitleg 1000 keer. Dit zorgt voor een dubbel gevoel waar we het moeilijk mee hebben want Iraniërs zijn ó-zo-vriendelijk en vol goede bedoeling en wij zouden ons hier voor gaan verstoppen? In de volgende weken proberen we een evenwicht te zoeken tussen interactie met de locals en genoeg tijd in te bouwen om even op adem te komen.

We genieten echter met volle teugen van dit onontgonnen land want wat is Iran mooi! We zien natuur die we niet kunnen vergelijken met vorige ervaringen: roodkleurige Mars-achtige landschappen, vochtig regenwoud, spectaculaire bergtoppen, een roos zoutmeer en uitgestrekte vlaktes kiezelwoestijnen. We bezoeken steden die tijdens hun gloriejaren tot de grootste en machtigste op aarde behoorden, met een uitgesproken elegante architectuur en vakwerk van het fijnste soort. We zien de restante van tientallen karavanserais. De connectie met de Zijde route is overal.
We voelen ons moderne ontdekkingsreizigers op deze eeuwen oude weg.

Is de Iraanse gastvrijheid werkelijk zo legendarisch als wordt gezegd? Absoluut! Eet je er meer kebab dan in heel je leven samen? Absoluut! Voel je je in Isfahan, Yazd en Shiraz op de set van een 1000-en-1-nacht-sprookje? Absoluut! Is de prijs van diezel er werkelijk 0,04€/L? Absoluut! En is er ook iets voor de natuurliefhebber? Absoluut! Raden wij Iran aan? Absoluut!

P.s.: Dit is het eerste blogbericht geschreven vanop de gsm en niet de computer (die ligt nog in Almaty). Hierdoor hebben we minder layout en foto opties, helaas! Maar meer foto’s kan je vinden op:

  • Polarsteps: Sil Timmermans
  • Instagram: Collecting_stones