Fan van de Fann

Eind september staat er de langverwachte familiereünie op het programma in Oezbekistan. Maar voor onze rust verstoord wordt hebben we nog even tijd om een kleiner, bergachtig Stan-land te verkennen: Tadzjikistan. En dat zien we wel zitten na de 45 uur Turkmenistan en de vele kilometers in de auto (lees 1000 km Iraanse woestijn).

We weten niet veel van Tadzjikistan buiten dan het zeer bergachtig zou zijn en dat de Pamir Highway hier ligt. Die laatste werd de afgelopen weken in zowat elk gesprek met een mede-overlander vernoemd. Voor vele blijkt deze weg het hoogtepunt van hun reis, een desolate highway die over passen van meer dan 4000 meter gaat. Geprikkeld en beschaamd over onze onwetendheid raadplegen we Googleman. Wat blijkt, de Pamir Highway ligt op onze weg door Tadzjikistan naar Kirgizië, meer nog het is de enige weg. Deze zetten we dus op de planning. En dan raadt onze trouwe gids en raadgever, de Lonely Planet, ook nog de Fann mountains aan. Onze trouwe gids is doorgaans meer fan van cultuur en musea, deze onverwachte wending moeten we dus ook even van nader bij bekijken. Na een tweede meeting met Googleman bokst Sil een 6-daagse in elkaar. Voila, c’est si n’est pas un planning.

We halen onze rugzakken van onder het stof en proberen deze in te laden. Waarom proberen? De schattige lokale kindjes blijken te denken dat de Kerstman vroegtijdig is gearriveerd en zijn uit op zowat de hele inhoud van onze auto. We kopen ze om met wat zonnecrème, een glaasje water en een koekje, dit lijkt ons een goed compromis. Eens vertrokken zijn we zo goed als alleen. De Fann mountains zijn woest, rotsig en gaan stevig omhoog. Hier en daar zie je een gletsjer zijn weg naar beneden banen. Maar het hoogtepunt van dit gebergte zijn zonder meer de vele azuurblauwe meertjes, elk met hun eigen tint en in scherp contrast met de grijze steile hellingen.

Op dag 3, of eerder nacht 3, worden we voor het eerst op de proef gesteld. We zijn gestegen tot 4100 meter, hier maken we kamp om te acclimatiseren voor de hoger gelegen pas. Bij het vallen van de avond verandert de windstille dag in een slapeloze nacht door de onophoudende windstoten. We zijn oprecht onder de indruk van de standvastigheid van ons tentje. Het geluid van de wekker klonk nog nooit zo vrolijk om 5 uur. Met het eerste licht pakken we de tent in en stijgen vlot tot op de Chimtargha pas op 4760 meter. De pas stelt niet teleur, het is genieten van de uitzichten en onze prestatie. We dalen af en worden beloond met het prachtige Big Allo meer.

Hier maken we terug kamp, we doen een wasje, lezen een boekje en genieten van de zonsondergang. Tien op tien voor dag 4 maar dan moet nacht 4 nog komen. De gevriesdroogde voeding, nasi goring voor de nieuwsgierige, besluit wat bochten te nemen in Tine’s maag en baant zich in het midden van de nacht, meermaals, terug een weg naar buiten. Slapeloze nacht nummer 2 is een feit. Helemaal uitgeput van de twee slechte nachten, de inspanningen van de vorige dag en de nachtelijke voedselvergiftiging besluiten we, voor Tine niet helemaal te breken, een dag te rusten en ons niet te verplaatsen. We hebben nog genoeg eten om de dag erna de vallei uit te wandelen naar de ‘grotere’ weg. Hier blijken geen auto’s op te rijden, lastig als je probeert terug te liften. We zijn aangewezen op een lokale ‘taxi’, een Lada die met ducktape aan elkaar hangt en waarschijnlijk zijn glorietijd kende in de voormalige USSR. De mopperende chauffeur, die waarschijnlijk toen ook zijn glorieperiode kende, krijgen we er gratis bij. Een helse rit, veel gevloek en een pak armer staan we terug aan ons vertrekpunt. Ach ja, you win some, you lose some! De Fann waren het waard.

Over de hoofdstad, Dusjanbe, spreekt niemand. We besluiten alleen maar naar de Auchan te gaan om de auto vol te laden met lekkers voor we aan de tocht door de verlaten Pamirs beginnen. Onderweg spotten we een gigantisch aquapark. Tijd voor wat impulsiviteit, we gaan hier naartoe! Het is al laat en we mogen kamperen op de parking van het aquapark. En dan, bewogen nacht nummer 3! We hebben duidelijk iets fout gegeten en voor het eerst deze reis speelt onze darmflora de hoofdrol. Niet ideaal op de parking van een splinternieuw aquapark, waar om de 10 meter een bewakingscamera staat en wij de enige auto op de parking zijn. Maar ja, nood breekt wet en er is een donkerder hoekje met bosjes. De rest laten we met plezier aan jullie verbeelding over. Wat Russische Immodium later is het echter dolle pret in het waterpark!

En dan beginnen we eindelijk aan de befaamde Pamir Highway. We kijken reikhalzend uit naar al dat beloofde moois. Tijdens het eerste deel vallen een paar ‘Ooos’ en ‘Aahs’ en we amuseren ons ook op de weg die ondertussen een dirttrack is geworden. Onderweg komen we de ene na de andere overlander tegen, nergens ontmoeten we zoveel reizigers met 4×4’s of met de fiets als hier. Voorlopig blijven we op onze honger zitten en kijken verder reikhalzend uit naar die echte ‘WOW!’. En dat blijven we doen, voor honderden kilometers. De weg is in bar slechte conditie, wat we in het begin leuk rijden vonden begint te frustreren. Er lijkt geen einde aan te komen, de gemiddelde snelheid is 30 km/u, er is veel (vracht)verkeer en we hebben onze ‘WOW!’ nog niet echt gehad.

We besluiten door de Waghan vallei te rijden, wederom omdat deze zo hoog aangeprezen wordt door anders reizigers. Hier zullen we die ‘WOW!’ wel vinden. De weg loopt nu op de grens met Afghanistan met een dikke rivier ertussen. Het is een beetje spannend en nieuwsgierig observeren we de Afghanen en hun dorpjes. Dit is leuk voor even maar het gaat zo een 300 km door. Af en toe zien we in de verte de 7000-ers van de Hindu Kush in Pakistan. Dit is een ‘Wow’-tje waard maar geen ‘WOW!’. Het laatste deel is een woest hoogplateau: wild, desolaat en spectaculair maar met veel wind en wederom heel lang hetzelfde uitzicht. We steken de grens over naar Kirgizië, er ligt een vers laagje sneeuw rondom ons. Dit kunnen we wel appreciëren.

Maar globaal genomen blijft de ‘WOW!’ uit en worden onze verwachtingen niet ingelost. We vragen ons af of we dan zo een kritisch publiek zijn? Of we misschien gewoon al veel bergketens gezien hebben? Of hebben we er juist niet genoeg tijd voor genomen? We besluiten dat we het ‘desolate’ dat veel mensen hier zo spectaculair vinden al kennen van meerdaagse trektochten met de rugzak. En dat we de spectaculaire vergezichten missen die je wel hebt als je een pas of top te voet beklimt. Reizigers die we nadien tegenkomen zijn laaiend enthousiast maar wij snappen het niet.

We rijden snel door Kirgizië naar Tasjkent in Oezbekistan want onze eerste afspraak in maanden komt met rasse schreden dichterbij: de familiereünie!